LOGO_MISS_RENI

Updated: 7 October, 2009

Reni de Boer
INVALIDE VOOR EEN DAG

Wij vroegen ons af: hoe is het om in een rolstoel te rijden? Hoe reageren men-sen op je? En waar loop, eh 'rij' je zoal tegenaan? We besloten een dagje 'mee te rollen'. En met wie kan dat beter dan met Nederlands mooiste rolstoelrijd-ster, Mis(s) 2007 Reni de Boer.
Ik zit nog geen tien seconden en kukel bijna voorover de rolstoel uit. Probleem: hij staat nog op de rem. Probleem twee: mijn tas. Waar laat ik dat ding? Op mijn schoot blijkt het handigst, ook omdat ik 'm nergens anders kwijt kan. Een tas blijkt heel onhandig tijdens het rijden. Het hengsel dat over mijn schouder hangt, glijdt er bij elke beweging vanaf. De eerste meters kom ik hortend en stotend vooruit. Vandaag mag ik een dagje meerijden met Reni de Boer (27), Mis(s) 2007, Ambassadeur Onbe-perkt Nederland. Ons vertrekpunt is Stadslokaal Burgerzaken in Leiden, Reni's stamkroeg. Terwijl we koffie verkeerd drinken, vertelt Reni dat ze MS heeft en daarom in een rolstoel zit. Ze kan wel lopen, maar niet lang, want ze is snel moe. Reni: "Weet je wel hoe zwaar dat is, rijden in een rolstoel? Ik ben benieuwd of het je gaat lukken." Zwaar? Ik ben vooral nieuwsgierig naar de reacties van anderen. Misschien staren voorbij-gangers naar me, of ontwijken ze juist mijn blik. Maar dat het ook fysiek zwaar zou zijn, daar had ik helemaal niet aan gedacht.

Geen korte rukjes
Als Reni me - zittend in haar eigen rolstoel -voor de grap een stukje duwt, wijst ze me op iets wat ik anders kan doen. "Je kunt beter grote cirkels met je armen maken, dat kost minder kracht. Jij geeft nu korte rukjes aan het wiel, maar als je die beweging de hele dag moet volhouden, overbelast je je polsen en schouders. Je kunt daar echt klachten van krijgen. Het is beter om met je armen de wielen na te wijzen, dan heb je nergens last van." Aangekomen bij het zebrapad, drukt Reni op het stoplichtknopje. Bij het oversteken waarschuwt ze me: "Kijk uit datje niet uitje rolstoel valt. Als je daar van de stoep af gaat, word je bijna gelanceerd. Dat is mij al eens overkomen. Je kunt beter bij dit gedeelte naar beneden gaan, waar de stoep geleidelijk overgaat in de weg."

Minder geflirt
Omdat ik het eerste halfuur zo met de rolstoel bezig ben, vergeet ik om me heen te kijken. En dat terwijl ik zo benieuwd ben hoe mensen op me reageren nu ik in een rolstoel zit. Ik voel me namelijk niet anders. Nu ik er op let, zie ik eerlijk gezegd geen verschil met wanneer ik zou lopen. De ene voorbijganger kijkt, de andere niet. Een man die met krukken loopt, lacht naar me. Ik lach terug en bedenk me dat hij waar-schijnlijk een lotgenoot in me ziet. Reni vertelt dat er minder met haar wordt geflirt sinds ze in een rolstoel zit. "Maar sinds ik Mis(s) ben, krijg ik wel weer meer mannelijke aandacht. Al kan dat ook komen door wat ik uitstraal: ik ben nu zekerder van mezelf dan voor de verkiezing."
Reni heeft vandaag een afspraak in een schoonheidssalon. Ze gaat haar wenkbrauwen laten harsen. "Vroeger maakte ik daar nooit tijd voor, maar sinds ik Mis(s) ben, probeer ik zeker een keer in de zeven weken een afspraak te maken." Bij de schoonheidssalon aangekomen, stappen we uit de rolstoelen. Reni vraagt of ze binnen mogen staan. Dat mag: eentje voor in de zaak, eentje achterin.
Een kwartier later gaan we richting de Rituals-store waar Reni een paar cadeautjes moet kopen. Deze winkel blijkt ontzettend rolstoel-vriendelijk: ik rij rond of ik nooit anders doe, ook draaien gaat van een leien dakje. Het is alleen lastig om iets van een plank te pakken, dus besluit ik op te staan uit mijn rolstoel zodat ik makkelijker bij de producten kan die Reni wil zien. Verder lijkt het hier gemaakt voor minder-valide mensen: het pinapparaat staat op rolstoelvriendelijke hoogte en Reni en ik kunnen naast elkaar naar buiten. Maar toch ben ik blij dat we de fotograaf en de moeder van Reni bij ons hebben, want alleen waren we al die bruggetjes die de Leidse binnenstad rijk is, nooit opgekomen. Laat staan af! "Dat ligt ook aan de rolstoelcapaciteit", legt Reni uit. "Deze stoelen zijn simpelweg niet geschikt om op eigen kracht mee naar boven te komen. En 'bergafwaarts' moetje ontzettend remmen. Dat kost ook veel kracht."

Glas op schoot
We gaan de V&D in. Ze hebben een automati-sche draaideur, speciaal voor rolstoelgebruikers. Je drukt van buiten of binnen op een knop en de deur zwaait langzaam open. Reni bedient de knop en deze blijft lang genoeg open zodat ik er ook door kan.
Het lift-in, lift-uit-principe heb ik snel door. Al staat het wel suf: met je hoofd richting liftspie-gel. We gaan lunchen bij La Place, wat verre van ideaal blijkt: met een dienblad op je schoot. We halen de drankjes als laatste, want rijden met een vol glas op schoot, is vragen om problemen. Als ik probeer voor ons allebei een sapje te
pakken, maar er niet bij kan, heeft Reni de oplossing: "Je kunt mensen natuurlijk om hulp vragen." Duh... 'tuurlijk! Gelukkig staat daar net Reni's moeder, die me graag wil helpen.

Zelfmedelijden
We zijn nu al een paar uur onderweg en ik moet ineens ontzettend nodig plassen. Als ik de hoek om kom bij de damestoiletten, weet ik even niet wat me overkomt. Voor ik er erg in heb, sta ik met rolstoel en al in het invalidentoilet! Dat zit zo: op het moment dat de toiletjuffrouw de rolstoel om de hoek ziet komen, zwaait ze de deur open en duwt mij vakkundig naar binnen. Ik hoef alleen nog maar zelf de deur dicht te doen. Wat een service! Ik heb me nog nooit zo welkom gevoeld op een - openbaar - toilet! Als
ik de wc uitkom, begint de behulpzame toiletjuffrouw een praatje met ons. Over haar dochter, die ooit negen maanden in een rolstoel moest zitten wegens een verbrijzelde enkel. En over hoe stom voorbijgangers kunnen reageren op mensen in een rolstoel. Reni vertelt in de lift dat mensen snel tegen je beginnen te praten over hun eigen ervaringen met rolstoelen en gehandicapten. "Je krijgt alles te horen over ziektes binnen hun familie of kennissenkring. Je staat zo tien minuten met iemand te kletsen." Ik moet er persoonlijk niet aan denken elke dag dat soort verhalen aan te moeten horen. Maar Reni relativeert: "Niet erg, hoor. Je went eraan." Wanneer we V&D verlaten, gaan we weer via de rolstoeldeur. Deze keer gaat het minder soepel. Sommige valide mensen hebben niet in de gaten dat ze door de rolstoeluitgang lopen en gaan dus voor mij de deur door. Op het moment dat ik door de deur kom, zwaait deze dicht, tegen mijn rolstoel aan! Gelukkig ben ik sterk genoeg om 'm terug te duwen en mezelf er doorheen te wurmen, maar handig is anders. Om eerlijk te zijn, voel ik me een paar seconden zielig. Ik zit in een rolstoel en die andere - lopende - mensen kruipen gewoon voor, waardoor ik bijna vast kom te zitten! Zodra tot me doordringt dat ik alleen vandaag in een rolstoel zit, schaam ik me voor mijn zelfmedelij-den. Als ik V&D uitrij, word ik meteen gecon-fronteerd met iets waar Reni me eerder op de dag al voor had gewaarschuwd: ik glij als een gek naar beneden omdat het hier een beetje afloopt. Ik moet remmen, want wil niet op Reni knallen die geduldig op me staat te wachten. "Moet ik 'm nu op de rem zetten?" roep ik angstig. "Nee, je moet afremmen, met je handen. Zoals je nu doet", antwoordt Reni. Dat lukt. Maar niet zonder dat ik mijn vinger bezeer: hij blijft in de haast achter het wiel hangen. Gevaarlijke business, dat rijden in een rolstoel...

Door de poep
We duiken de ene na de andere winkel in, wat prima gaat. Helaas is het gaan miezeren en we hebben allebei wel een paraplu bij ons, maar waar laatje zo'n ding? Je hebt allebei je handen nodig om vooruit te komen! Ook gaat in sommige winkels het alarm af als we binnenrij-den - en vanzelfsprekend ook als we weer naar buiten gaan. Niemand besteedt daar verder aandacht aan. Het winkelpersoneel is het blijkbaar gewend. Ander minpuntje: waar laten we de tasjes met shopinhoud? In je handen houden lukt niet, op schoot wordt ook lastig,
want daar staat de schoudertas al. Er is maar een optie: de tasjes aan de handvatten achter me hangen. Nu gaat dat wel - Reni kan ze immers in de gaten houden - maar stel je voor dat je in je eentje wil shoppen... Als laatste punt op de agenda staat 'hond uitlaten'. Inmiddels komt het met bakken uit de hemel, waardoor de zin om te 'wandelen' een beetje is vergaan. Hondje Sep wil echter heel graag naar buiten. Reni: "Mijn man Daan laat hem meestal uit, maar als hij niet thuis is, doe ik het zelf. De riem doe ik om mijn middel; ik moet mijn handen vrij houden." In het park zie ik hoe handig dat is, want als Sep rent, neemt hij Reni mee. "Sep van de riem halen, is geen optie. Hij komt niet als je zijn naam roept, dus dan moet ik hem gaan halen. En door het gras rijden is lastig." Ik vind de paadjes in het park al een hele opgave, al heeft dat ook met het weer te maken. Mijn handschoentjes zijn binnen de kortste keren helemaal vies van de modder. "Moetje nagaan als je door de poep bent gereden, dat is pas goor", lacht Reni als ze mij beteuterd naar mijn handen ziet kijken. Als we binnen opdrogen met allebei een kop thee in onze handen, zegt Reni: "Ik vind je enorm moedig. Ik dacht van tevoren: die komt niet vooruit. Maar dat viel enorm mee." Bij het weggaan denk ik: ik moedig? Jij moedig! Ik geef toe dat het best te doen is, rijden in een rolstoel. Maar ik ben er na een dagje weer uit, terwijl Reni er haar verdere leven van afhankelijk is. Medelijden is gelukkig overbodig. Reni redt zich wel.

Actueel

29 okt. - 4 nov. 2009
Lid MSIF vergaderingen Chicago
Colum
De ideale vrouw
Stuk MSzien
Op Vacanta